ECLI:NL:RBAMS:2026:7461

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/13/776758
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:299 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot nietigverklaring benoeming bestuurder en benoeming onafhankelijke bestuurder

NTF verzocht de rechtbank om de benoeming van een bestuurder van [verweerder 1] nietig te verklaren wegens strijd met de statuten en om een onafhankelijke bestuurder te benoemen op grond van artikel 2:299 BW Pro. NTF stelde dat de benoemde bestuurder niet voldeed aan de onafhankelijkheidseis in de statuten, omdat hij een langdurige relatie had met een gerelateerde partij.

Verweerders stelden zich op het standpunt dat NTF niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang en dat de benoeming rechtsgeldig was. De rechtbank oordeelde dat artikel 2:299 BW Pro alleen ziet op situaties waarin het bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en niet op het vervangen van een zittende bestuurder. Omdat er een functionerend bestuur is, is het verzoek niet ontvankelijk.

De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde NTF in de proceskosten van de tegenpartij. De proceskosten werden begroot op €2.209,00 per partij, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten bij niet-tijdige betaling. De beschikking werd uitgesproken op 9 juli 2026 door rechter B.M. Visser.

Uitkomst: Het verzoek tot nietigverklaring van de benoeming en tot benoeming van een onafhankelijke bestuurder wordt afgewezen en NTF wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/776758 / HA RK 25-350
Beschikking van 9 juli 2026
in de zaak van
NUEVA TIERRA FINANCE B.V.,
te Amsterdam,
verzoekende partij,
hierna te noemen: NTF,
advocaat: mr. T.J. van Vugt,
tegen

1.[verweerder 1],

te [vestigingsplaats 1],
advocaat: mr. K.F. Liew,
2.
[verweerder 2] U.A.,
te [vestigingsplaats 2],
advocaat: mr. K.F. Liew,
3.
[verweerder 3] B.V.,
te [vestigingsplaats 3],
advocaat: mr. M.N. van Dam,
verwerende partijen,
hierna ieder afzonderlijk te noemen: [verweerder 1], [verweerder 2] en [verweerder 3] en samen te noemen: verweerders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen ter griffie op 8 oktober 2025,
- de tussenbeschikking van 6 november 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte aanvullende bijlagen 24 t/m 35 van NTF,
- het verweerschrift van [verweerder 1] en [verweerder 2] met bijlagen 1 t/m 6, binnengekomen ter griffie op 28 januari 2026,
- het verweerschrift van [verweerder 3], binnengekomen ter griffie op 28 januari 2026,
- de akte aanvullende bijlagen 36 en 37 van NTF,
- de akte aanvullende bijlage 7 van [verweerder 1] en [verweerder 2],
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, en door de griffier tijdens de mondelinge behandeling gemaakte aantekeningen.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
NTF is een in Nederland gevestigde vennootschap, die zich bezighoudt met het oprichten van, op enigerlei wijze deelnemen in, het besturen van en toezicht houden op ondernemingen en vennootschappen.
2.2.
[verweerder 2] is een in Nederland gevestigde coöperatie, die houdster- en financieringsactiviteiten verricht en als doel heeft een onderneming te drijven ten behoeve van haar leden.
2.3.
[naam 1] (hierna: [naam 1]) is zakenman en investeert in bedrijven. Hij is enig bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]) en [verweerder 3].
2.4.
Op 21 september 2015 heeft NTF met [bedrijf] een leningsovereenkomst gesloten op basis waarvan NTF een lening heeft verstrekt aan [bedrijf] van USD 53.384.000,00 tegen een jaarlijks rentepercentage van 5,15%.
2.5.
De lening is verstrekt met als doel om een belang te verwerven in de rechtspersoon naar Mexicaans recht Grupo Commercial e Industrial Marzam, S.A.P.I. de C.V. (hierna: Marzam), een Mexicaanse distributeur van farmaceutische producten in Mexico.
2.6.
In 2015 heeft [verweerder 2] in het kader van hetgeen onder 2.4 en 2.5 is vermeld, een meerderheidsbelang van 50% + 1 aandeel in Marzam verkregen. Voor deze verwerving is toestemming verleend door de Mexicaanse mededingingsautoriteit, de Comisión Federal de Competencia Económica (hierna: COFECE).
2.7.
De lidmaatschapsrechten in [verweerder 2] zijn op enig moment eigendom geworden van [verweerder 3].
2.8.
[verweerder 1] is opgericht op 18 december 2019.
2.9.
Vervolgens hebben op 23 juli 2020 NTF, [bedrijf], [naam 1], [verweerder 3], [verweerder 1] en [verweerder 2] een
Framework Agreementgesloten. In het kader van de
Framework Agreementheeft [verweerder 3] haar lidmaatschapsrechten in [verweerder 2] overgedragen aan [verweerder 1].
2.10.
Daarnaast hebben voornoemde partijen onder meer – op hoofdlijnen en voor zover hier van belang – het volgende afgesproken:
 Bij [verweerder 1] worden twee onafhankelijke bestuurders benoemd die zich ervoor zullen inspannen het meerderheidsbelang van [verweerder 2] in Marzam te verkopen en de verkoopopbrengst aan te wenden om de schuldeisers, waaronder NTF uit hoofde van de door haar aan [bedrijf] verstrekte lening, volgens een zogenoemde
Waterfallte betalen,
 Indien het niet is gelukt het meerderheidsbelang in Marzam te verkopen, zullen de lidmaatschapsrechten in [verweerder 2] uiterlijk 4 jaar na het aangaan van de
Framework Agreementweer door [verweerder 1] worden overgedragen aan [naam 1] (de zogenaamde
Reversion),
 De termijn voor de
Reversion Dateloopt in beginsel 36 maanden na de datum van de
Framework Agreementaf, tenzij NTF besluit de termijn tot maximaal nog 12 maanden te verlengen.
2.11.
Ten aanzien van de bestuur bepaalt artikel 4 van Pro de statuten van [verweerder 1] het volgende:

1. [verweerder 1] wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit een of meer bestuursleden, zoals bepaald door het bestuur.(…)
3.
De opdrachtgever[[naam 1], rechtbank]
, noch NTF, noch een natuurlijk persoon of rechtspersoon die op enig moment, direct of indirect, gerelateerd is aan of ondergeschikt is aan, dan wel gecontroleerd of beïnvloed wordt door of onder controle staat van een van hen, kan worden benoemd als bestuurslid.”
2.12.
Het bestuur van [verweerder 1] werd aanvankelijk gevormd door de heer [naam 2] (hierna: [naam 2]). Hij heeft op 23 juli 2020 de heer [naam 3] (hierna: [naam 3]) en de heer [naam 4] (hierna: [naam 4]) als bestuurder benoemd en is zelf afgetreden.
2.13.
Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2025 [1] zijn [bedrijf] en [verweerder 3] veroordeeld tot betaling aan NTF van een bedrag van USD 54.504.595,10, vermeerderd met rente.
2.14.
[naam 3] is op 22 april 2025 als bestuurder afgetreden. [naam 4] is op 30 juni 2025 afgetreden, nadat hij [naam 2] op die dag als bestuurder heeft benoemd. Op de dag van zijn (her)benoeming heeft [naam 2] de heer [naam 5] (hierna: [naam 5]) tot bestuurder van [verweerder 1] benoemd waarna [naam 2] diezelfde dag weer is afgetreden als bestuurder. [naam 5] is eveneens bestuurder van [verweerder 2].
2.15.
In 2025 heeft [verweerder 2] een overeenkomst gesloten tot overdracht van haar belang in Marzam aan Grupo Omni de México S.A. de C.V. (hierna: Grupo Omni) voor (naar verluidt) 1 peso. Daartoe zijn op 20 oktober 2025 de aandelen die [verweerder 2] houdt in Marzam in escrow geplaatst in afwachting van goedkeuring van de voorgenomen transactie door COFECE.
2.16.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 27 oktober 2025 [2] zijn de door NTF ingestelde vorderingen met betrekking tot – kort gezegd – het verbieden van de voorgenomen overdracht van het belang in Marzam aan Grupo Omni, afgewezen. Bij mondelinge uitspraak van 15 december 2025 [3] heeft het gerechtshof Amsterdam het door NTF tegen dit vonnis ingestelde hoger beroep verworpen.
2.17.
Op 23 maart 2026 heeft COFECE goedkeuring verleend aan de overdracht van de aandelen in Marzam aan Grupo Omni. NTF heeft daartegen beroep gesteld. Dit beroep is op 13 april 2026 afgewezen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
NTF verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
voor recht te verklaren dat het besluit tot benoeming van [naam 5] als bestuurder van [verweerder 1] nietig is wegens strijd met de statuten, althans te verklaren dat deze benoeming in strijd is met de statuten;
op de voet van artikel 2:299 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een bestuurder van [verweerder 1] te benoemen die voldoet aan de in de statuten opgenomen kwaliteitseisen en is opgenomen op de lijst van onderzoekers, bestuurders, commissarissen en beheerders van aandelen van de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, althans een door de rechtbank te bepalen persoon;
[verweerder 1] te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.2.
Aan haar verzoek legt NTF ten grondslag dat de benoeming van [naam 5] als bestuurder van [verweerder 1] in strijd is met artikel 4 lid 3 van Pro de statuten. Volgens NTF voldoet [naam 5] niet aan de daarin opgenomen onafhankelijkheidseis. NTF voert in dit verband aan dat [naam 5] van 2003 tot 2021 werkzaam is geweest bij het advocatenkantoor van [naam 1] en betrokken is geweest bij de onderhandelingen van de
Framework Agreement. Volgens NTF moet [naam 5] daarom worden aangemerkt als een persoon die direct of indirect aan [naam 1] is gelieerd in de zin van de statuten van [verweerder 1]. NTF stelt dat de benoeming daarom nietig is en dat [verweerder 1] sinds het aftreden van de eerdere bestuurders [naam 3] en [naam 4] dus geen rechtsgeldig bestuur meer heeft. Volgens NTF bestaat daarom aanleiding voor benoeming van een bestuurder door de rechtbank op de voet van artikel 2:299 BW Pro.
3.3.
[verweerder 1] en [verweerder 2] verzetten zich tegen het verzoek van NTF. Zij verzoeken de rechtbank NTF niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, althans het verzoek af te wijzen, met veroordeling van NTF in de proceskosten.
3.4.
[verweerder 1] en [verweerder 2] voeren daartoe – kort gezegd – aan dat NTF niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 2:299 BW Pro en onvoldoende belang heeft bij het verzoek. Daarnaast stellen zij dat [naam 5] rechtsgeldig tot bestuurder van [verweerder 1] is benoemd en dat hij voldoet aan de in artikel 4 lid 3 van Pro de statuten opgenomen kwaliteitseis. Volgens hen beschikt [verweerder 1] thans over een rechtsgeldig bestuur en doet zich geen situatie voor als bedoeld in artikel 2:299 BW Pro. Zij wijst erop dat artikel 2:99 BW Pro er niet voor is bedoeld om een bestuurder te vervangen die je niet zint en ook niet om een vermogensrechtelijk geschil op te lossen.
3.5.
[verweerder 3] heeft afzonderlijk verweer gevoerd en verzoekt eveneens de rechtbank NTF niet-ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek af te wijzen, met veroordeling van NTF in de proceskosten. [verweerder 3] sluit zich aan bij het standpunt van [verweerder 1] en [verweerder 2] dat NTF geen belang heeft bij het verzoek en dat [naam 5] rechtsgeldig bestuurder van [verweerder 1] is.
3.6.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 2:299 BW Pro bepaalt dat telkens wanneer het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien, de rechtbank, op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie in de vervulling van de ledige plaats kan voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk de statuten in acht.
NTF is belanghebbende
4.2.
NTF heeft voldoende onderbouwd dat zij belanghebbende is bij het verzoek. Uit de stukken en de toelichting van NTF maakt de rechtbank op dat zij nauw betrokken is bij de
Framework Agreementen daarmee bij het onderwerp van deze procedure.
De verzoeken van NTF worden afgewezen
4.3.
De rechtbank stelt voorop dat artikel 2:299 BW Pro ertoe strekt te voorkomen dat een stichting niet kan functioneren omdat zij geen (volledig) bestuur heeft. Terecht hebben verweerders erop gewezen dat dit artikel er niet voor is bedoeld om een zittende bestuurder te vervangen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Ter toelichting geldt het volgende.
4.4.
Een verzoek op grond van artikel 2:299 BW Pro kan worden gedaan in de situatie waarin een door de statuten voorgeschreven bestuur ontbreekt en waarvoor de statuten geen oplossing biedt. Dit gaat dus om het geval waarin niemand [verweerder 1] bestuurt. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Op dit moment is [naam 5] immers feitelijk in functie als bestuurder. De route van artikel 2:299 BW Pro is niet bedoeld om aan de orde te stellen of diens benoeming rechtsgeldig is, noch om hem als feitelijk functionerend bestuurder te vervangen. Dit is echter wel wat NTF beoogt met haar verzoek. Het op artikel 2:299 BW Pro gebaseerde verzoek tot benoeming van een bestuurder moet reeds daarom moet worden afgewezen en hetzelfde geldt voor de verzochte verklaring voor recht dat de benoeming van [naam 5] nietig is. Dit laatste nog los van de vraag of de verzochte verklaring voor recht – die op het eerste gezicht een bredere strekking heeft dan de rechtsverhouding tussen NTF en verweerders [4] , waarbij met name moet worden gedacht aan [naam 5] zelf – überhaupt in een verzoekschrift zou kunnen worden gegeven.
Proceskosten
4.5.
Nu het verzoek wordt afgewezen, zal de rechtbank NTF, zoals verzocht, veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten (inclusief nakosten) van [verweerder 1] en [verweerder 2] worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.209,00
4.6.
De proceskosten (inclusief nakosten) van [verweerder 3] worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.209,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzochte af,
5.2.
veroordeelt NTF om de proceskosten van [verweerder 1] en [verweerder 2] van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen aan na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NTF niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt NTF om de proceskosten van [verweerder 3] van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen aan na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NTF niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt NTF tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten van [verweerder 1] en [verweerder 2] als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart de proceskostenveroordelingen van 5.2 en 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. S.D. Gerick, griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.