ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9968
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling contractuele tekortkoming en boetebeding bij afname hoorbrillen
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of Beter Horen toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar contractuele verplichting tot afname van 3.000 hoorbrillen van Varibel in 2008. De rechtbank onderzocht de inhoud van de overeenkomst, de uitleg van het boetebeding, en de stellingen over technische gebreken, opleiding en ondersteuning.
Uit getuigenverklaringen bleek dat het aantal van 3.000 betrekking had op hoorbrillen en dat de boetebepaling bindend was. Beter Horen slaagde er niet in tegenbewijs te leveren dat de afspraken minder bindend waren. Het beroep op dwaling, schuldeisersverzuim en onvoorziene omstandigheden werd verworpen, mede omdat Beter Horen geen geldige ingebrekestelling had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat Beter Horen toerekenbaar tekortgeschoten is door onvoldoende afname en dat de boete daardoor verschuldigd is. De boete werd echter gematigd tot €1.200.000 wegens buitensporigheid. De vordering van Beter Horen tot schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen van Varibel werd afgewezen. Proceskosten werden grotendeels toegewezen aan IMeCC c.s., met compensatie in reconventie.
Uitkomst: Beter Horen is gehouden tot betaling van een gematigde boete van €1.200.000 wegens onvoldoende afname van hoorbrillen in 2008.