ECLI:NL:RBASS:2011:BR4541
Rechtbank Assen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang van moeder en kind in onzekere verblijfsstatus
Verzoekster, een vrouw met een onduidelijke verblijfsstatus en haar tweejarige zoontje, vroeg om maatschappelijke opvang en een WWB-uitkering. Verweerder weigerde deze op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), en bood opvang aan in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL), wat verzoekster ongeschikt achtte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verblijf in een VBL geen passende opvang is, mede gezien de kwetsbare positie van verzoekster als slachtoffer van mensenhandel en haar psychische problemen. Er is een positieve verplichting vanuit artikel 8 EVRM Pro om adequate opvang te bieden, vooral voor het kind.
Gezien de complexiteit en onduidelijkheid over de verblijfsstatus en opvang, wees de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe, schorst de bestreden besluiten en beveelt verweerder een maandelijkse vergoeding van €700,- te verstrekken, waarvan €404,31 direct naar de woningstichting gaat. De hoofdzaak wordt behandeld door een meervoudige kamer.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de weigering van maatschappelijke opvang en beveelt maandelijkse financiële ondersteuning tot uitspraak in de hoofdzaak.