ECLI:NL:RBBRE:2009:BI9812
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Geen vermindering dubbele belasting op ontslagvergoeding wegens ontbreken last vaste inrichting
Belanghebbende was van 1992 tot 2004 in dienst bij X BV en werkte tussen 2000 en 2003 in een fabriek in Vietnam, een vaste inrichting van de Engelse holding van X BV. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst ontving hij een ontslagvergoeding van €122.631, waarvan €69.934 in geschil was voor een mogelijke vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.
De rechtbank stelt vast dat het woonland, Nederland, slechts een vermindering moet verlenen indien de betreffende delen van de ontslagvergoeding feitelijk ten laste zijn gekomen van een werkgever die inwoner is van dat land of van een vaste inrichting die de werkgever daar heeft. In dit geval is duidelijk dat de ontslagvergoeding niet ten laste is gekomen van de vaste inrichting in Vietnam.
Belanghebbendes beroep op een arrest van de Hoge Raad uit 2007, waarin het ging om reguliere arbeidsbeloning, wordt verworpen omdat dit arrest het verschil tussen ontslagvergoeding en reguliere arbeidsbeloning verduidelijkt, maar niet afwijkt van eerdere jurisprudentie over ontslagvergoedingen.
Ook de heffingsrente is volgens de rechtbank terecht en correct vastgesteld door de inspecteur. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat geen vermindering ter voorkoming van dubbele belasting geldt over de ontslagvergoeding.