ECLI:NL:RBBRE:2009:BK6096
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing ter beschikkingsstellingsregeling bij gesplitste aankoop van onroerende zaken met vruchtgebruik
Belanghebbende had in 1997 en 1998 de economische blote eigendom van onroerende zaken gekocht van vennootschappen waarin hij een aanmerkelijk belang had, waarbij de vennootschappen het vruchtgebruik voor 20 jaar voorbehouden. De inspecteur stelde dat de terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.92 Wet IB 2001 van toepassing was, terwijl belanghebbende dit betwistte omdat hij nooit eigenaar was geweest en de vermogensbestanddelen niet ter beschikking kon stellen.
De rechtbank stelde vast dat de onroerende zaken in gebruik waren bij de vennootschappen en dat de fiscale behandeling van gesplitste aankopen, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik heeft en de belanghebbende de blote eigendom, onder artikel 3.92 valt. De rechtbank vond geen reden om onderscheid te maken tussen de situatie van gesplitste aankoop en de onderhavige situatie, mede gelet op de ruime uitleg van het begrip 'ter beschikking stellen' in de wetsgeschiedenis.
De rechtbank concludeerde dat de regeling van artikel 3.92 Wet IB 2001 ook hier van toepassing is om belastingarbitrage te voorkomen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd onder toepassing van artikel 3.92 Wet IB 2001.