ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2906
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- M.L. Weerkamp
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag vermogensbelasting wegens buitenlandse bankrekening bevestigd met boete en proceskosten
Belanghebbende werd navorderingsaanslagen vermogensbelasting opgelegd wegens het niet opgeven van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg in 1996. De inspecteur baseerde zich op gegevens die via een huiszoeking in België waren verkregen en op een project van de Belastingdienst gericht op buitenlandse bankrekeningen. Belanghebbende ontkende rekeninghouder te zijn, maar de rechtbank achtte de identificatie betrouwbaar en aannemelijk dat hij beschikte over aanzienlijke niet opgegeven vermogensbestanddelen.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens een nieuw feit vormden en dat sprake was van kwade trouw, waardoor navordering gerechtvaardigd was. De inspecteur had de navorderingstermijn met redelijke voortvarendheid toegepast, inclusief de verlengde termijn voor buitenlandse tegoeden. De bewijslast was omgekeerd naar belanghebbende, die onvoldoende had aangevoerd om de aanslag te verlagen.
De rechtbank matigde de aanslag wel deels omdat de inspecteur een te hoge vermogenscorrectie had toegepast. De boete van 100% werd gehandhaafd vanwege opzet en listigheid. De heffingsrente werd terecht vastgesteld. Belanghebbende werd niet in zijn procespositie geschaad ondanks dat niet alle stukken vooraf waren verstrekt. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden bevestigd met gedeeltelijke matiging van de aanslag en toekenning van proceskosten aan belanghebbende.