ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9140
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- M.J.G.A.M. Weerepas
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling vastgoedfraude directeur pensioenfonds
Belanghebbende was directeur vastgoed bij een pensioenfonds en participeerde zonder medeweten van zijn werkgever in een beleggingsclub via een BV met aandelen op naam van een stroman. Deze club kocht panden aan en verkocht die met winst door aan het pensioenfonds. De rechtbank acht het vermoeden gewettigd dat belanghebbende uitsluitend vanwege zijn positie bij het pensioenfonds betrokken was bij de club en bewust heeft meegewerkt aan de transacties.
De inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 2000 tot en met 2002, waarbij de winsten van de BV werden toegerekend aan belanghebbende als inkomsten uit arbeid en resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende voerde verweren aan over de tijdigheid, zorgvuldigheid en motivering van de aanslagen, maar deze werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een nieuw feit in 2000, dat de inspecteur niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld en dat de aanslagen redelijk waren vastgesteld. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de situatie van belanghebbende anders was dan die van de andere participanten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting worden bevestigd.