ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2283
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onvoldoende bewijs van verzwegen inkomen en toekenning immateriële schade
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2004 die was gebaseerd op een vermoeden van niet opgegeven inkomen uit werk en woning. De inspecteur stelde dat belanghebbende inkomen had verzwegen, mede op grond van verklaringen uit een strafdossier en een vermogensvergelijking.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende daadwerkelijk inkomen had verzwegen. De activiteiten van belanghebbende, waaronder het fingeren van een dienstbetrekking om een hypotheek te verkrijgen, werden niet als werk in de zin van de Wet IB 2001 aangemerkt. Bovendien bleek uit het strafdossier dat het vermeende loon en inkomsten door de partner waren ingebracht, niet door belanghebbende zelf.
De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslag en de uitspraak op bezwaar. Tevens werd een dwangsom opgelegd aan de inspecteur wegens overschrijding van de beslistermijn en werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en € 1.000 aan immateriële schade vanwege de vertraging en de daarmee gepaard gaande spanning en frustratie bij belanghebbende.
De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en een redelijke termijn in belastinggeschillen en bevestigt dat omkering van de bewijslast niet aan de orde was omdat de inspecteur niet om inlichtingen had gevraagd. De uitspraak is gedaan door drie rechters van de rechtbank Breda op 12 oktober 2012.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.