ECLI:NL:RBBRE:2012:CA0352
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens niet aangegeven buitenlandse bankrekening
Belanghebbende en haar echtgenoot werden geïdentificeerd als rekeninghouders van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg, op basis van gegevens die de Belgische belastingautoriteiten aan Nederland verstrekt hadden. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens het niet aangeven van deze tegoeden in de Nederlandse belastingaangiften over de jaren 2001 tot en met 2005.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de gegevens rechtmatig mocht gebruiken en dat de authenticiteit van de stukken voldoende aannemelijk was. De identificatie van belanghebbende en haar echtgenoot als rekeninghouders werd als aannemelijk beschouwd. Wel werd geoordeeld dat de navorderingsaanslag over 2001 niet met voldoende voortvarendheid was opgelegd, waardoor deze en de bijbehorende boete en heffingsrente werden vernietigd.
De overige navorderingsaanslagen en boetes werden bevestigd, waarbij de boetes werden gematigd met 20% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank achtte de schatting van het niet aangegeven vermogen en de daarop gebaseerde belastingcorrecties redelijk. Het verzoek tot immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure werd toegewezen en het onderzoek werd heropend voor nadere uitspraak over deze schadevergoeding.
Uitkomst: De navorderingsaanslag 2001 wordt vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid, overige aanslagen en boetes worden bevestigd met matiging van de boetes.