Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eiseres],
,
[kind 2],
[kind 3],
[kind 4]en
[kind 5],
1.de Staat der Nederlanden (ministerie van Veiligheid en Justitie)
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een meervoudig gehandicapte minderjarige die verblijft in de Gezinslocatie te Katwijk, vordert dat de Staat en het COA haar appartement volledig rolstoeltoegankelijk maken of haar een dergelijk appartement ter beschikking stellen. De ouders van eiseres vertegenwoordigen haar en haar gezinsleden. De Gezinslocatie is bestemd voor uitgeprocedeerde asielzoekers en valt onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, met het COA belast met het beheer.
Eiseres baseert haar vordering op onrechtmatig handelen en schending van internationale verdragen, stellende dat zij door de huidige huisvesting niet zelfstandig kan functioneren. De Staat erkent de beperkingen van eiseres en heeft maatregelen getroffen, waaronder het beschikbaar stellen van aangepaste kamers op de begane grond met aangepaste sanitaire voorzieningen. De Staat betwist dat sprake is van een humanitaire noodsituatie die een hogere opvangstandaard vereist.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat uitgeprocedeerde asielzoekers geen aanspraak hebben op een opvangniveau dat uitstijgt boven het voorkomen van een humanitaire noodsituatie. Gelet hierop en de getroffen voorzieningen acht de rechtbank de vordering ongegrond. De kosten worden aan eiseres opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot het volledig rolstoeltoegankelijk maken van het appartement wordt afgewezen wegens het ontbreken van een humanitaire noodsituatie.