ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- M.A. Dirks
- J.A. Booij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroepen navorderingsaanslagen en bevestiging rekeninghouderschap KB Lux
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak gaat het om beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot en met 2007, waarbij eiseres wordt aangemerkt als rekeninghouder van een rekening bij de Kredietbank Luxembourg (KB Lux).
De rechtbank verklaart de beroepen over de jaren 1990 tot en met 1999 niet-ontvankelijk omdat er geen bezwaarschriften tegen de navorderingsaanslagen zijn ingediend. Het bezwaar tegen de aanslag 2001 wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres rekeninghouder is (geweest) van de KB Lux-rekening, ondanks haar ontkenning.
De beroepen over de jaren 2003, 2004 en 2007 worden ongegrond verklaard. De rechtbank stelt dat er geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, mede gezien de complexiteit en de aanhouding van de zaken in afwachting van proefprocedures. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het gegrond verklaarde beroep tegen de uitspraak op bezwaar 2001.
Uitkomst: De beroepen over 1990-1999 en 2005-2006 worden niet-ontvankelijk verklaard, het bezwaar 2001 niet-ontvankelijk wegens te late indiening, en eiseres wordt geacht rekeninghouder van de KB Lux-rekening te zijn geweest.