Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 september 2015 in de zaak tussen
[eiser] wonende te Wassenaar, eiser
[P] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“2 Financiering onroerende zaken [BV]
1.477.500 1.477.500 1.417.500 1.387.500
- Vanwege het ontbreken van een reële terugbetalingsverplichting, zijn wij overeengekomen dat de ‘bodem’ van deze geldverstrekking wordt aangemerkt als een kapitaalverstrekking. De bodem in de jaren 2004 tot en 2006 bedraagt € 1.247.051 (zie overzicht hiervoor onder 1).
- Het overige deel van deze geldverstrekking aan [BV] wordt aangemerkt als lening.
- Het rentepercentage op de lening bedraagt 7%.
6 Tot slot
- Na 5 oktober 2009 (datum notulen buitengewone vergadering van aandeelhouders ) hebben er diverse besprekingen plaatsgevonden met u, [naam 2] . Er is
- In de uitgebreide correspondentie met de adviseurs wordt eveneens
- In het compromis welke na deze datum is gesloten (medio augustus 2010), is een agio overeengekomen van € 1.247.051. Ook hierbij is
- [naam 4] en [naam 7] hebben een overeenkomst van geldlening ontvangen, getekend door u, waarin u aangeeft dat de schuld € 1.500.000 bedraagt. Deze overeenkomst is gedagtekend op 18 februari 2010. Op 18 februari 2010 wordt dit bedrag terecht als lening betiteld, terwijl op 5 oktober 2009 besloten zou zijn dat dit bedrag agio betreft.
“Afgelopen vrijdag is in het TPO de zaak [eiser] besproken. Besloten is deze zaak terug te verwijzen naar de Belastingdienst om administratief (met boete) af te doen. De reden om deze zaak niet voor strafrechtelijk onderzoek te accepteren is het ingeschatte bewijsrisico. De OvJ gaf direct al aan in deze zaak geen zware dwangmiddelen te willen toepassen (zoals doorzoeking in de woning van verdachte, waarvoor een RC moet worden ingeschakeld). Voorts werden de aanwijzingen dat het valse stuk op de computer van de adviseur gemaakt zouden zijn, te speculatief gevonden. Voor wat de boete-oplegging betreft wil ik wel met jullie meedenken.”
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de beschikking heffingsrente, ongegrond;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de boetebeschikking, gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover betrekking hebbend op de boetebeschikking;
- vernietigt de vergrijpboete en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.468;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiser te vergoeden.