ECLI:NL:RBDHA:2015:15790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.E. Schotte
- E.I. Batelaan-Boomsma
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanslag inkomstenbelasting 2003 en verzuimboete met vergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft geen aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2003 gedaan, waarop verweerder een aanslag heeft vastgesteld met toepassing van omkering van de bewijslast en een verzuimboete heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is vastgesteld op basis van een redelijke schatting, waarbij eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de aanslag te hoog is.
De rechtbank bevestigt dat de omkering van de bewijslast terecht is toegepast, omdat eiser niet tijdig de vereiste aangifte heeft gedaan. De verzuimboete van €113 wordt eveneens als passend en geboden beschouwd. Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met drie jaar overschreden, voornamelijk door vertragingen bij het gerechtshof en de rechtbank na terugwijzing.
De overschrijding wordt aan de Staat toegerekend, waardoor de rechtbank de Staat veroordeelt tot betaling van een vergoeding van €3.000 aan eiser wegens immateriële schade. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend, aangezien geen verwijtbaarheid aan de zijde van de Staat is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag en verzuimboete wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding van €3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.