ECLI:NL:RBDHA:2016:12363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod in strijd met vertrouwensbeginsel
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verblijft sinds zijn jeugd in Nederland en heeft een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd sinds 1999. Na een veroordeling in 2000 tot gevangenisstraf en TBS is zijn verblijfsvergunning niet ingetrokken, ondanks eerdere overwegingen daartoe in 2000 en 2007. Pas in 2015 besloot verweerder tot intrekking van de vergunning en oplegging van een tienjarig inreisverbod vanwege een gevaar voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelt dat eiser op grond van de eerdere handelwijze van verweerder gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat zijn verblijfsvergunning niet zou worden ingetrokken. Verweerder heeft niet toegelicht waarom na vijftien jaar alsnog tot intrekking is besloten, wat strijdig is met het vertrouwensbeginsel en artikel 7:12 Awb Pro.
Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.488,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod wordt vernietigd wegens strijd met het vertrouwensbeginsel.