Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- Gesprek van 19 juni 2015 om 13.43 uur. [verdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 3] of die anderen Axa hebben. Hij (Frank) ziet geen muur. Of [medeverdachte 3] op internet voor hem kan kijken? [verdachte 1] zegt dan dat ‘hij’ zegt dat het een bedrijf is, je ziet alleen een kantoor. [verdachte 1] vraagt in het Engels: “where's the wall from AXA?” [verdachte 1] zegt: “je moet niet meer zoveel gooien” ( ... ) “want je kan maar 35 pakken of zoiets per dag”. [verdachte 1] spreekt nog over ‘die kaart’ die een weeklimiet heeft, waarop [medeverdachte 3] zegt: “Oh ik kan geen geld meer van pakken.”
- Gesprek van 19 juni 2015 om 14.39 uur. [medeverdachte 3] zegt tegen [verdachte 1] dat die AXA die spaar is. [verdachte 1] zegt dat dat ze niet kunnen pinnen als ze ‘die’ gaan overmaken. [medeverdachte 3] zegt dat ze nu die mannen laten gaan, maar dan hoeven ze nu niemand meer te sturen voor die dingen. Op de achtergrond op de lijn van [verdachte 1] is de stem van [medeverdachte 2] te horen. [verdachte 1] zegt tegen haar: “34 duizend overmaken”!
swipen, en bij de pinautomaat maximaal 1.000. Qua overmaken kan 3.000. Zonder verhoging kan hij maximaal 3.500 weghalen. Kort na dit gesprek wordt [medeverdachte 3] voor de derde keer gebeld door de vrouw, die hem vraagt of AXA-bank een echte bank is, of een verzekeringsbank. Hij zegt dat hij die muur zoekt, “weet je wat die gat direct snap je”. Twee minuten laten belt [medeverdachte 3] met [verdachte 1] en gaat het gesprek ook over Axa en dat Frank geen muur ziet, waarbij [verdachte 1] in het Engels vraagt “
where is the wall from AXA” aan een derde persoon. Daarna zegt hij dat je maar 35 kan pakken per dag. In het tweede gesprek die dag tussen [medeverdachte 3] en [verdachte 1] is bij [verdachte 1] op de achtergrond [medeverdachte 2] te horen die een vraag aan [verdachte 1] stelt. [verdachte 1] antwoordt hierop: “34.000 (..) overmaken.”
60.599,53euro) en
5.101,90euro) en
3.218,-euro) en
1 januari 2015t/m 30 juni 2015 te Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten o.a. verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van oplichting.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partijen schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
DERTIG (30) MAANDEN;