Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2016 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats 1], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De foto van de dame die u mij laat zien woont al minimaal 3 jaar op de [adres A]. Ik woon hier zelf namelijk ook 3 jaar en zie haar al zo lang daar. De man de daar nu voor [huisnummer] stopt in de Mercedes, dat is haar man. Ik wil de verklaring niet ondertekenen want dat vind (ik) onveilig”.
Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is een voor de betrokkene belastend besluit, waarbij het aan het bijstandverlenend orgaan is om de nodige kennis over de relevante feiten te vergaren. Dit betekent dat de last om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking en terugvordering is voldaan in beginsel op het bijstandverlenend orgaan rust. Schending van de inlichtingenplicht levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in hoeverre de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Indien ondanks schending van de inlichtingenplicht het recht op bijstand kan worden vastgesteld, ook al is dit nihil, dient het bijstandsverlenend orgaan daartoe volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over te gaan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van
27 januari 2015 zou het overigens een BMW betreffen - de man van eiseres is, kan niet uit deze verklaring worden afgeleid.