ECLI:NL:RBDHA:2017:12480
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis familieleden meerderjarige asielvergunning
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland als familie- of gezinslid van haar meerderjarige zoon, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de zoon ten tijde van de aanvraag meerderjarig was en eiseres daardoor niet viel onder de gezinsleden die recht hebben op nareis volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Eiseres voerde aan dat het weigeren van de mvv in strijd is met artikel 8 EVRM Pro omdat er sprake is van gezinsleven dat niet elders kan worden uitgeoefend. De rechtbank overwoog dat de aanvraag moet worden getoetst aan de toelatingsvoorwaarden voor nareis en dat de wetgever bewust geen regeling heeft getroffen voor ouders van meerderjarige asielvergunninghouders. De Gezinsherenigingsrichtlijn verplicht lidstaten niet tot het verlenen van een verblijfsvergunning aan ouders van meerderjarige kinderen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de situatie van eiseres, waaronder haar ziekte en isolement, geen grond biedt voor een afwijkende beoordeling of toepassing van artikel 4:84 Awb Pro. Ook het bezwaar dat eiseres en haar zoon niet zijn gehoord, werd verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard.