Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
omdat alle in artikel 6.5a, derde en vierde lid, van het Vb 2000 vermelde gronden verband houden met de openbare orde en de staatssecretaris dus bij de toepassing van deze bepalingen betrekt dat de desbetreffende vreemdeling een gevaar hiervoor vormt, moet hij per geval beoordelen of het persoonlijke gedrag van die vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast”.Deze verplichting geldt dus ook in het geval een lidstaat een inreisverbod uitvaardigt voor de duur van maximaal vijf jaar.