ECLI:NL:RBDHA:2017:9604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning IOAW-uitkering onder toepassing kostendelersnorm bevestigd
Eiser ontving tot november 2016 een Ziektewetuitkering en vroeg vervolgens een IOAW-uitkering aan. Verweerder paste de kostendelersnorm toe omdat eiser een meerderjarige dochter met inkomen bij zich inwoont, wat leidt tot een verlaging van de uitkering. Eiser voerde aan dat deze toepassing onrechtmatig is vanwege financiële nadelen, waaronder het wegvallen van huurtoeslag, en dat dit zijn eigendomsrecht en familieleven schaadt.
De rechtbank overweegt dat de kostendelersnorm wettelijk is verankerd en een legitiem doel dient, namelijk het duurzaam houden van de bijstand en beperking van overheidsuitgaven. De financiële situatie van eiser is onvoldoende onderbouwd om te spreken van een buitensporige last. Ook het argument dat het familieleven wordt aangetast faalt door gebrek aan bewijs.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die bevestigt dat de kostendelersnorm proportioneel is en dat gedeelde woonlasten een redelijke grondslag vormen. De keuze van eiser om geen bijdrage van zijn dochter te vragen, kan niet ten laste van verweerder komen.
Gelet hierop wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm op de IOAW-uitkering is ongegrond verklaard.