ECLI:NL:CRVB:2016:4770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering met inwonende zoon zonder inkomen
Appellant ontvangt bijstand volgens de norm voor een alleenstaande, terwijl zijn inwonende zoon geen inkomen heeft. Het college heeft de bijstand verlaagd door toepassing van de kostendelersnorm, waardoor appellant 50% van de norm voor gehuwden ontvangt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad overweegt dat de kostendelersnorm bij wet is ingevoerd om rekening te houden met schaalvoordelen bij het delen van kosten in een woning. De aard van het inkomen van de medebewoner speelt hierbij geen rol. De wetgever heeft een legitieme doelstelling in het algemeen belang, namelijk het houdbaar en toegankelijk houden van de bijstand en het versterken van het vangnetkarakter.
Appellant betoogt dat de norm niet proportioneel is omdat zijn zoon geen kosten deelt en hij daardoor financieel wordt benadeeld. De Raad oordeelt dat appellant dit niet met verifieerbare stukken heeft onderbouwd en dat er geen sprake is van een buitensporig zware last. Ook is geen maatwerk toegepast, maar de omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van de kostendelersnorm. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand op grond van de kostendelersnorm ondanks het ontbreken van inkomen van de inwonende zoon.