ECLI:NL:CRVB:2017:2382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening aan meerderjarig kind met eigen kinderen in woning moeder
Appellante, een meerderjarig kind met drie minderjarige kinderen, woont samen met haar moeder en minderjarige kinderen in één woning. Het college past de kostendelersnorm toe bij de vaststelling van haar bijstand, waardoor zij slechts 50% van de norm voor gehuwden ontvangt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante dat de kostendelersnorm niet proportioneel is en leidt tot een buitensporige last, mede door het wegvallen van de huurtoeslag van haar moeder en haar benarde financiële situatie. De Raad overweegt dat artikel 22a van de Participatiewet dwingendrechtelijk is en geen ruimte biedt voor afwijking, tenzij zeer bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt.
De Raad bevestigt dat de kostendelersnorm een legitieme doelstelling dient, namelijk het houdbaar en toegankelijk houden van bijstand door rekening te houden met schaalvoordelen. Appellante heeft echter geen inzicht gegeven in haar financiële situatie of bijzondere omstandigheden aangetoond die een afwijking rechtvaardigen. Ook haar beroep op het eigendomsrecht en het recht op privé- en familieleven faalt wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van bijzondere omstandigheden.