ECLI:NL:RBDHA:2018:10653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres, een Eritrese asielzoekster, diende op 8 maart 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, aangezien eiseres daar eerder asiel had aangevraagd. Eiseres voerde aan dat de procedure onzorgvuldig was en dat Nederland haar aanvraag moest behandelen vanwege haar afhankelijkheid van haar broer en haar kwetsbare gezondheidssituatie.
De rechtbank oordeelde dat het korte Dublingehoor van 20 minuten niet onzorgvuldig was en dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar bezwaren kenbaar te maken. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt het uitgangspunt dat Italië zijn verdragsverplichtingen nakomt, en eiseres slaagde er niet in dit te betwisten. Haar beroep op artikel 16 van Pro de Dublinverordening faalde omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte afhankelijk te zijn van haar broer.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat de Dublinprocedure niet bedoeld is voor gezinshereniging. Verder was er geen grond voor toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, ondanks haar medische klachten en vermeende kwetsbaarheid. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet in behandeling nam en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.