ECLI:NL:RBDHA:2018:10862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierelatie
Eiseressen vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel aan, waarbij eiseres 1 zich presenteerde als moeder van de referent en eiseressen 2, 3 en 4 als diens zussen. Verweerder wees de aanvragen af omdat eiseressen onvoldoende aannemelijk maakten dat zij daadwerkelijk familie van de referent zijn. Hoewel eiseres 1 een kopie van een identiteitskaart overlegde, waren er tegenstrijdigheden met verklaringen van de referent over naam en geboortedatum. Ook de schoolrapporten van de zussen boden onvoldoende bewijs.
Eiseressen stelden bewijsnood te hebben vanwege een brand die documenten vernietigde en verwezen naar richtlijnen en expert opinions die het moeilijk maken officiële documenten te verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres 1 niet aannemelijk had gemaakt waarom zij geen officiële documenten kon overleggen en dat verweerder terecht de nieuwe vaste gedragslijn toepaste waarbij onofficiële documenten slechts bij voldoende bewijswaarde worden betrokken.
De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was aanvullend onderzoek te doen en dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, zodat van een hoorplicht kon worden afgezien. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierelatie.