ECLI:NL:RBDHA:2018:11551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening met verwijzing naar Italië
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens en informatie van Italiaanse autoriteiten blijkt dat eiseres eerder in Italië asiel heeft aangevraagd en daar als meerderjarige staat geregistreerd.
Eiseres voerde aan dat zij minderjarig zou zijn en mogelijk slachtoffer van mensenhandel, wat een reguliere vergunningverlening zou kunnen rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van de Italiaanse registratie en dat er geen bewijs was dat Italië zijn opvangverplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd bevestigd, waarbij de rechtbank verwees naar jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen speciale opvangbehoefte aannemelijk heeft gemaakt en dat er geen reden is om af te wijken van de Dublinprocedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.