ECLI:NL:RBDHA:2018:11750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende identiteit
Eiseres, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar echtgenoot die een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten. Eiseres overwoog in beroep dat zij bewijsnood had vanwege het ontbreken van officiële documenten en overhandigde onofficiële bewijsstukken zoals een residence card, doopakte en een Ethiopisch identiteitsdocument.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde onofficiële documenten onvoldoende overtuigend waren om de identiteit vast te stellen. De residence card vertoonde tegenstrijdigheden met de verklaringen van eiseres en was niet voorzien van een pasfoto. De doopakte was niet vertaald en het Ethiopische identiteitsdocument was niet door de autoriteiten van het land van herkomst afgegeven. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres geen officiële documenten kon verkrijgen, waardoor bewijsnood niet werd aangenomen.
De rechtbank volgde de nieuwe vaste gedragslijn van verweerder en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit van eiseres.