Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 september 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
- Bij vonnis van 12 april 2001 van de politierechter te ’s-Hertogenbosch is eiser veroordeeld tot 60 uur werkstraf, subsidiair 30 dagen hechtenis, ter zake van openlijke geweldpleging (artikel 141, lid 1 Sr, gepleegd op 22 augustus 1999.
- Bij vonnis van 27 december 2001 van de meervoudige kamer van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch is eiser veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, ter zake van diefstal met geweld (artikelen 310 juncto artikel 312, lid 1 Sr), gepleegd op 14 september 2011.
- Bij vonnis van 26 augustus 2005 van de politierechter te ’s-Hertogenbosch is eiser veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf, ter zake van poging tot zware mishandeling.
- Bij arrest van 15 oktober 2013 van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch is eiser veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, ter zake van handel in strijd met het verbod, als genoemd in artikel 2, onder B, van de Opiumwet, gepleegd in de periode van 1 juli 2010 tot en met
Het betoog van de staatssecretaris dat, indien hij artikel 6.5a, derde of vierde, van het Vb 2000 toepast en aan het inreisverbod vervolgens de in artikel 66a, zevende lid, van de Vw 2000 opgenomen rechtsgevolgen verbindt, hij uitsluitend nationaal recht en een nationaalrechtelijk begrip ‘’gevaar voor de openbare orde’ toepast, faalt eveneens, gelet op het volgende.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,00.