ECLI:NL:RBDHA:2018:14820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijk gemaakte gezinsband en identiteit
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als echtgenote van referent, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit en feitelijke gezinsband met referent niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten. De kerkelijke huwelijksakte werd niet als rechtsgeldig bewijs erkend en er waren tegenstrijdigheden in verklaringen.
Eiseres overhandigde indicatieve documenten zoals een doopakte, schoolrapport en een document van de Administration for Refugee/Returnee Affairs, maar deze werden door het Bureau Documenten als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld. Verweerder bood een aanvullend gehoor aan, waarin tegenstrijdigheden tussen verklaringen van eiseres en referent werden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de identiteit van eiseres niet voldoende aannemelijk achtte en dat de gezinsband niet was bewezen. Ook werd het bezwaar van eiseres tegen de vastgestelde tegenstrijdigheden niet gemotiveerd weerlegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.