Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de persoon 1] ,
[kind 1] , van Guinese nationaliteit, eiser,
Procesverloop
Overwegingen
24 oktober 2018. Verweerder heeft verder op deze zitting toegelicht dat dit contactmoment op verzoek van de rechtbank is ingepland. In samenspraak met partijen is ter zitting besloten om de resultaten van dit nieuwe contactmoment met de Guineese autoriteiten dit contactmoment af te wachten.
contra-indicatie ‘onvoldoende meewerken aan vertrek’.
artikel 8 van Pro het EVRM beschermde recht op respect voor het privé- en gezinsleven een ‘fair balance’ moet worden gevonden tussen het belang van de betrokken vreemdeling en diens familie enerzijds en het Nederlands algemeen belang dat is gediend met het voeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. Daarbij moeten alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden kenbaar worden betrokken. [9] Bij deze belangenafweging is de vraag relevant of sprake is van een objectieve belemmering om gezinsleven uit te oefenen in het land van herkomst. Uit jurisprudentie van het EHRM [10] volgt voorts dat niet alleen van belang is of objectieve belemmeringen aan vestiging in het land van herkomst in de weg staan, maar ook of vestiging in dat land een "certain degree of hardship" oftewel een subjectieve belemmering met zich brengt. Verder volgt uit jurisprudentie van het EHRM [11] dat verblijfsweigering in het geval van opgebouwde banden tijdens illegaal verblijf slechts onder uitzonderlijke omstandigheden in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM.
8 van het EVRM en, gelet op de beoordelingsruimte die verweerder in dat verband heeft, horen in beginsel deel uitmaakt van een zorgvuldige besluitvorming.
3:2, 7:12, eerste lid, en 7:3 van de Awb. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van
tien weken. De rechtbank ziet op dit moment geen mogelijkheden om het geschil finaal te beslechten. Verweerder zal moeder en kinderen moeten horen in bezwaar teneinde scherper zicht te krijgen op het leven van de kinderen, het gezin en de belangen die er allemaal spelen. Daarnaast zal in de bezwaarfase opnieuw aandacht moeten worden besteed aan opheldering van de nationaliteitskwestie van de kinderen. Daarna zal een hernieuwde belangenafweging moeten worden gemaakt in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM. Op basis van die nieuwe belangenafweging zal verweerder opnieuw de vraag moeten bezien of artikel 8 van Pro het EVRM noopt tot vrijstelling van het mvv vereiste, loslaten van het inreisverbod van moeder en tot verblijfsrecht.
Beslissing
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 december 2018.