Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) over de jaren 2009 tot en met 2012, met name over de afwaardering van leningen aan drie op Belize gevestigde vennootschappen en de daarop berekende rentebaten. De rechtbank oordeelt dat eiseres de aanslagen tijdig heeft ontvangen, waardoor de bekendmaking rechtsgeldig is.
De rechtbank stelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de leningen in de betreffende jaren konden worden afgewaardeerd. De informatie die eiseres aanvoert is onvoldoende onderbouwd en deels pas jaren na de jaren in geschil verkregen. Daarom heeft de Belastingdienst terecht de rente als belastbare rentebaten in aanmerking genomen.
Hoewel de beroepen ongegrond zijn verklaard, kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 3.500 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa 3,5 jaar, geheel toe te rekenen aan verweerder. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Er is geen proceskostenvergoeding toegewezen.