Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting.
pro forma), 1, 8, 9, 12, 13, 16 en 19 februari 2018 (
inhoudelijk).
2.De tenlastelegging.
- [slachtoffer 1] in de periode van 1 november 2011 tot en met 1 augustus 2014 (feit 1);
- [slachtoffer 2] in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 (feit 2);
- [slachtoffer 3] in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 1 januari 2013 (feit 3);
- [slachtoffer 4] in de periode van 1 januari 2013 tot en met 7 oktober 204 (feit 4).
3.Geldigheid van de dagvaarding
4.Bewijsoverwegingen
- medeplegen feit 1 ( [slachtoffer 1] );
- medeplegen feit 2 ( [slachtoffer 2] );
- medeplegen feit 4 ( [slachtoffer 4] );
- medeplegen feit 5 (Witwassen);
- feit 6 (Criminele organisatie).
- feit 3 ( [slachtoffer 3] );
- feit 4 ( [slachtoffer 4] ), sub 1, 3, 4 en 6;
- feit 6 (Crim. org.) met betrekking tot den onderdelen ‘mishandeling’ en ‘bedreiging’
’s ochtends vroeg tot in de nacht werkten) letterlijk tentoon stelt in een etalage. Voor het raam hangen gordijnen, maar deze worden slechts gesloten als de prostituee een klant heeft. De overige tijd is zij continu zichtbaar voor het publiek, dat kan bestaan uit potentiële klanten, maar evengoed uit mensen die slechts ‘een kijkje’ komen nemen. Sommige dames waren er vooraf überhaupt niet op bedacht dat zij onder dergelijke omstandigheden moesten werken. De rechtbank neemt mee dat het werken als prostituee onder die omstandigheden extra belastend is. Immers, ook in de tijd dat een prostituee niet door een klant wordt bezocht, is het werk belastend omdat zij voortdurend in een cabine te kijk staat.
- [medeverdachte] en [medeverdachte] : [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] ;
- [medeverdachte] en [medeverdachte] : [slachtoffer 4] , [slachtoffer] en [slachtoffer] ;
- [medeverdachte] en [medeverdachte] : [slachtoffer] en [slachtoffer] ;
- [medeverdachte] en [verdachte] : [slachtoffer 2] .
[slachtoffer]]
hoorde bij [medeverdachte] . Zij waren samen. [slachtoffer] werkte voor [medeverdachte] , daarom regelde zij hun zaken samen, buiten onze aanwezigheid. Ik regelde mijn zaken met [medeverdachte] ook niet in aanwezigheid van een ander.(…)
We hebben daarover gesproken met [medeverdachte] en haar man en zij zeiden dat het onze zaken waren en dat de zaken van [medeverdachte] aangaan.”en op de verklaring van [slachtoffer] bij de politie: [51] “Elk meisje hoorde bij een bepaalde vrouw. En degene met wie je was bepaalde eigenlijk de werktijden en daar kon je ook terecht met problemen of geldzaken.”
slechts€ 100 per dag moesten afdragen.
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- verdiensten doorsluizen
- koken tegen betaling
- werven
- vervoeren
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- verdiensten doorsluizen
- organiseren van huisvesting en tewerkstelling
- controleren
- verdiensten doorsluizen
5.De bewezenverklaring.
1 augustus 2013tot en met 12 september 2013 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander
en/ofdoor misbruik van een kwetsbare positie
enopgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°);
wist;
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde.
7.De strafbaarheid van de verdachte.
8.De strafoplegging.
9.De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel.
- [slachtoffer 2] (feit 2), met een vordering ten bedrage van € 2.000,00, bestaande uit immateriële schade;
- [slachtoffer 4] (feit 4), met een vordering ten bedrage van € 22.070,00, bestaande uit materiële schade (€ 17.070,00) en immateriële schade (€ 5.000,00).
11.De toepasselijke wetsartikelen.
12.De beslissing.
5 (vijf) MAANDEN;
hoofdelijkom tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 januari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
hoofdelijkin de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
hoofdelijkop de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 januari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van
[slachtoffer 2];
en/of Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
1 augustus 2013tot en met 12 september 2013 te Den Haag en/of elders in Nederland
en/of Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
1 januari 2013te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland
en/of in Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
1 januari 2013tot en met 7 oktober 2014 te Den Haag en/of elders in Nederland en/of in Gent en/of elders in Belgie
en/of Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,