ECLI:NL:RBDHA:2018:5149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding internethandel
Eiser ontving bijstand sinds 2002 en werd door verweerder onderzocht vanwege vermoedens van niet-gemelde internethandel via Marktplaats.nl en Speurders.nl. Verweerder trok het recht op bijstand in over de periode van 12 april 2005 tot en met 29 juli 2016 en vorderde €153.460,63 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Eiser ontkende de handel en stelde dat zijn broer zijn account gebruikte. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk, mede vanwege verklaringen, onderzoek naar advertenties, telefoongegevens en het feit dat de handel ook via accounts plaatsvond die niet aan de broer konden worden toegeschreven.
De rechtbank concludeerde dat eiser zich niet hield aan de inlichtingenverplichting en dat de omvang en duur van de handel niet als incidenteel konden worden beschouwd. Verweerder had daardoor het recht op bijstand niet kunnen vaststellen en was gehouden tot intrekking en terugvordering.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.