ECLI:NL:RBDHA:2019:10773
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Nederlanderschap wegens betrokkenheid bij genocide Rwanda en verzwegen feiten
Eiseres is in 2009 genaturaliseerd tot Nederlander, maar haar Nederlanderschap werd in 2017 ingetrokken vanwege ernstige vermoedens van betrokkenheid bij de genocide in Rwanda in 1994, feiten die zij bij haar naturalisatie heeft verzwegen. De rechtbank toetst of het besluit tot intrekking terecht is gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken.
De rechtbank oordeelt dat het ambtsbericht zorgvuldig tot stand is gekomen en dat er geen concrete aanwijzingen zijn die twijfel rechtvaardigen over de betrouwbaarheid ervan. Eiseres heeft weliswaar stukken en een rapport ingediend om het ambtsbericht aan te vechten, maar deze zijn onvoldoende om twijfel te zaaien. De inhoud van het ambtsbericht wijst op een faciliterende rol van eiseres bij de voorbereiding van de genocide, waaronder het organiseren van bijeenkomsten en lidmaatschap van de Interahamwe.
De rechtbank verwerpt het verweer dat eiseres niet betrokken was bij de voorbereidingen en dat het ambtsbericht onzorgvuldig is. Ook wordt geoordeeld dat de verdedigingsmogelijkheden van eiseres niet onredelijk zijn beperkt, ondanks geheimhouding van bronnen. De belangenafweging van verweerder wordt als zorgvuldig beoordeeld, waarbij het niet noodzakelijk is om te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro omdat dit niet op nationaliteitskwesties ziet.
Gelet op de ernst van de feiten en het ontbreken van voldoende tegenbewijs verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft het de intrekking van het Nederlanderschap.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard en intrekking Nederlanderschap gehandhaafd wegens ernstige vermoedens van betrokkenheid bij genocide.