ECLI:NL:RBDHA:2019:14661
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging zwaar inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser, van Turkse nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een zwaar inreisverbod opgelegd vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder doodslag, gepleegd in 2012. Verweerder stelde dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde en handhaafde het besluit na bezwaar. De rechtbank toetste of de intrekking en het inreisverbod rechtmatig zijn en of de belangenafweging met betrekking tot het gezinsleven van eiser in Nederland correct is uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser door zijn strafrechtelijke verleden en gebrek aan positieve gedragsverandering een fundamenteel belang van de samenleving bedreigt. De toepassing van de strengere glijdende schaal en het opleggen van het inreisverbod waren ook gerechtvaardigd. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro werd als zorgvuldig en proportioneel beoordeeld, waarbij het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het gezinsleven van eiser, mede vanwege de aard van het misdrijf en de beperkte invulling van het gezinsleven tijdens detentie.
Wel werd geoordeeld dat verweerder ten onrechte het familie- en privéleven met eisers buitenechtelijke dochter niet had erkend. Dit deel van het besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het arrest Chavez-Vilchez niet slaagde, omdat geen afhankelijkheidsrelatie was aangetoond. Ook werd de schending van de hoorplicht jegens de dochters gepasseerd wegens onvoldoende nadeel voor eiser. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor het niet erkennen van familie- en privéleven met de buitenechtelijke dochter, maar de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod blijven in stand.