ECLI:NL:RBDHA:2019:3280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag minderjarige met Duitse subsidiere bescherming
Eiseres, een minderjarige Syrische nationaliteit, heeft een asielaanvraag in Nederland ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk is verklaard omdat zij internationale bescherming geniet in Duitsland. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen dit besluit behandeld en beoordeeld of de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Hoewel eiseres stelt dat zij in Duitsland onvoldoende zorg ontving van haar broers en dat gezinshereniging daar moeilijker is, is dit niet voldoende onderbouwd om de niet-ontvankelijkverklaring onrechtmatig te achten. Verweerder heeft alle relevante feiten, waaronder de minderjarigheid en de band met Duitsland, meegewogen.
De rechtbank concludeert dat verweerder de belangen van eiseres kenbaar en voldoende heeft betrokken bij zijn beslissing, mede gelet op artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.