Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
In de zaak van het verzoek
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34). De kantonrechter overweegt het volgende.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer, die sinds 2006 in dienst was als manager Algemene Zaken, werd ontbonden wegens een duurzaam en grondig verstoorde arbeidsverhouding. Na een reorganisatie in 2014 bleef werknemer in haar functie, maar vanaf 2018 ontstonden conflicten over haar functioneren, resulterend in beoordelingsgesprekken en een voorgenomen verbetertraject.
Werknemer meldde zich arbeidsongeschikt, waarna een bedrijfsarts verstoorde arbeidsverhoudingen constateerde. Pogingen tot mediation mislukten. Werkgever verzocht ontbinding op grond van artikel 7:671b lid 1 BW, terwijl werknemer wedertewerkstelling en een billijke vergoeding vorderde.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding duurzaam verstoord was, waardoor ontbinding gerechtvaardigd was. Het verzoek tot billijke vergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding en een correcte eindafrekening. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding zonder toekenning van een billijke vergoeding.