ECLI:NL:RBDHA:2020:10509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijke omvang werkzaamheden en onjuiste informatie
Eiseres ontving bijstand en werkte vanaf maart 2019 bij een horecabedrijf. Verweerder voerde een rechtmatigheidsonderzoek uit vanwege discrepanties tussen loonspecificaties, urenregistraties en waarnemingen van het Haags Economisch Interventie Team (HEIT). Verweerder trok de bijstand per 6 mei 2019 in en vorderde €2.399,21 terug wegens onduidelijke en mogelijk onjuiste informatie over het aantal gewerkte uren.
Eiseres stelde dat zij niet de Nederlandse taal machtig is, hulpbehoevend is en dat zij geen arbeid verrichtte voor gratis eten. Zij voerde aan dat de urenregistraties ook haar aanwezigheid zonder loon bevatten en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank oordeelde dat het meehelpen als op geld waardeerbare arbeid moet worden aangemerkt, ongeacht het ontvangen loon. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen op geld waardeerbare arbeid verrichtte buiten de loonspecificaties.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar inlichtingenverplichting schond door geen juiste informatie te verstrekken over haar werkzaamheden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en dringende persoonlijke omstandigheden faalden omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.