ECLI:NL:CRVB:2018:203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde betaalde kluswerkzaamheden
Appellant, na langdurig verblijf in het buitenland, ontving bijstand na vestiging in Nederland. De gemeente ontving een anonieme melding dat appellant zwart kluswerk verrichtte. Onderzoek toonde aan dat appellant regelmatig bouwmaterialen kocht en betalingen ontving van derden, wat duidde op op geld waardeerbare werkzaamheden.
Het college trok de bijstand over de periode 15 augustus 2013 tot en met 31 januari 2015 in en vorderde de kosten terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het om vrijwilligerswerk ging en dat hij geen inkomsten genoot. De Raad oordeelde echter dat de werkzaamheden structureel en van commerciële aard waren, dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand introk, terugvorderde en een boete oplegde. De boete werd gematigd vanwege de draagkracht van appellant.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de opgelegde boete wegens niet gemelde betaalde kluswerkzaamheden worden bevestigd.