Eiseres ontving een bijstandsuitkering over de periode van 1 januari 2017 tot en met 29 oktober 2017. Verweerder startte een rechtmatigheidsonderzoek naar aanleiding van bankafschriften van eiseres, waarbij zij niet alle gevraagde bankafschriften van een Bulgaarse rekening aanvankelijk overlegde. Dit leidde tot herziening en terugvordering van de bijstand.
Na bezwaar en beroep overhandigde eiseres alsnog de gevraagde bankafschriften, waarop verweerder het bestreden besluit wijzigde en de terugvordering aanpaste. De rechtbank beoordeelde dat de stortingen en bijschrijvingen op de ING-bankrekening van eiseres als inkomen moeten worden aangemerkt, ongeacht de stelling dat het leningen zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door de stortingen niet te melden, waardoor de terugvordering rechtmatig is. Het beroep tegen het gewijzigde besluit is ongegrond verklaard en het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat het belang daarvoor was komen te vervallen.