ECLI:NL:RBDHA:2020:13631
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Griekenland
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 15 maart 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verklaarde deze aanvraag op 15 juli 2020 niet-ontvankelijk omdat eiser in Griekenland internationale bescherming geniet sinds 2 april 2020. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij niet in Griekenland verbleef en dat de situatie voor statushouders in Griekenland problematisch is, met risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Griekenland zijn verplichtingen niet nakomt. Het AIDA-rapport van juni 2020 bevestigt dat de situatie voor statushouders moeilijk is, maar niet zo ernstig dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij medische zorg of onderwijs in Griekenland niet kan verkrijgen.
De rechtbank concludeert dat verweerder zijn onderzoeksplicht heeft nageleefd en dat het beroep ongegrond is. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens internationale bescherming in Griekenland.