ECLI:NL:RVS:2016:364
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning tijdelijke berging in Hoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn weigerde aanvankelijk omgevingsvergunning voor een tijdelijke berging op een perceel in Hoorn. Na intrekking van het eerste besluit verleende het college de vergunning van rechtswege, maar herroept deze later en weigert alsnog vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte de tijdelijke berging in strijd achtte met het bestemmingsplan. De Afdeling stelde vast dat de twee percelen met hoofdgebouwen afzonderlijke bouwpercelen zijn en dat de maximale toegestane bouwoppervlakte niet wordt overschreden. Ook is de berging niet in strijd met het Bouwbesluit 2012, mede omdat het college onvoldoende onderzoek deed en appellant niet de gelegenheid gaf de aanvraag aan te vullen.
De Afdeling vernietigde de besluiten van 28 november 2014 en de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard en het college teruggefloten in haar vergunningverlening.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van het college worden vernietigd.