Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres], eisers
[minderjarige 2] ,V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L.J.H. Hoven-Kohl),
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met minderjarige kinderen, hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens artikel 12 van Pro de Dublinverordening. Eisers stelden dat hun aanvragen wel in behandeling genomen moesten worden op grond van artikel 17 vanwege Pro hun langdurige verblijf in Nederland, medische omstandigheden en de aanwezigheid van familie.
De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening toegewezen waardoor overdracht aan Italië was opgeschort. Daarnaast kon feitelijk geen overdracht plaatsvinden door COVID-19 maatregelen. De rechtbank overweegt dat deze feitelijke belemmering een tijdelijk uitzetbeletsel vormt en dat de opschorting van de overdrachtstermijn daardoor terecht is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat er geen reëel risico is dat de opvang in Italië ontoereikend is, ook niet voor kwetsbare personen. De rechtbank sluit zich hierbij aan en acht het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat zij geen adequate opvang zullen krijgen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris niet onredelijk handelt door de aanvragen niet in behandeling te nemen en de overdrachtstermijn op te schorten. De beroepen worden ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.