ECLI:NL:RVS:2020:1848
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 2 september 2019 de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De vreemdeling stelde dat zijn overdracht aan Italië in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn PTSS en de benodigde medische zorg.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. De interim measures van het EHRM leiden niet tot een ander oordeel.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond, terwijl het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard. De Afdeling oordeelde dat ondanks de problematische situatie van asielzoekers in Italië, er geen systematische tekortkomingen zijn die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondermijnen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.