ECLI:NL:RBDHA:2020:15038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar echtgenoot, die een verblijfsvergunning asiel bezit. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen officiële identiteitsdocumenten en onvoldoende bewijs voor haar familierechtelijke relatie overlegde. De kerkelijke huwelijksakte en doopakte werden onderzocht maar bleken onbetrouwbaar door wijzigingen en onduidelijkheden.
Eiseres voerde aan dat het besluit in strijd was met EU-recht en dat verweerder onvoldoende rekening hield met haar situatie en het belang van haar minderjarige zoon. Ook stelde zij dat zij plausibel had verklaard waarom officiële documenten ontbreken. De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag zorgvuldig heeft beoordeeld volgens de geldende gedragslijn en dat eiseres geen afdoende verklaring gaf voor het ontbreken van officiële documenten.
De rechtbank hechtte geen waarde aan de indicatieve documenten vanwege onregelmatigheden en concludeerde dat eiseres haar identiteit en familierechtelijke relatie niet aannemelijk had gemaakt. Het beroep op het arrest E. faalde omdat in deze zaak de identiteit en relatie niet duidelijk waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mocht afzien van een hoorzitting.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag mvv nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en familierechtelijke relatie.