ECLI:NL:RBDHA:2020:3462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige maatregel van bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Roemenië
Eiser, een Roemeense nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 5 april 2020 in bewaring gesteld wegens onrechtmatig verblijf en niet-naleving van de vertrekplicht. Hij betoogde dat uitzetting naar Roemenië onrechtmatig is vanwege een verbod op overlevering, gegrond op het risico van onmenselijke behandeling in Roemeense gevangenissen zoals vastgesteld in een eerdere uitspraak van de Internationale rechtshulpkamer (IRK).
De rechtbank overwoog dat verweerder onvoldoende zicht had op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de uitspraak van de IRK een feitelijke belemmering vormt voor uitzetting. Verweerder had dit van meet af aan moeten weten. Het onderzoek naar een formeel uitleveringsverzoek en het akkoord van het Openbaar Ministerie konden dit niet veranderen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig was en beveelt opheffing met ingang van 5 april 2020. Tevens kent zij een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.