ECLI:NL:RBDHA:2020:8816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder herzag en vorderde terug te veel betaalde bijstand wegens niet gemelde inkomsten en stortingen op bankrekeningen. Eisers stelden dat het om leningen ging en dat zij niet willens en wetens informatie achterhielden.
De rechtbank stelde vast dat over de periode 11 mei 2017 tot 22 mei 2017 en 1 augustus tot 1 november 2017 de stortingen niet als middelen mogen worden aangemerkt en vernietigde het besluit voor deze periodes. Voor de overige periodes oordeelde de rechtbank dat de stortingen terecht als middelen zijn aangemerkt, omdat eisers deze niet uit eigen beweging hadden gemeld.
Verder werd de brutering van de terugvordering bevestigd en de boete verlaagd tot 50% van het benadelingsbedrag over juni 2017. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Eisers werden gehouden aan de inlichtingenplicht en konden niet aantonen dat de stortingen geen middelen waren.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot herziening en terugvordering wordt vernietigd voor bepaalde periodes en de boete wordt verlaagd tot €298,29.