Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
- Brief [organisatie] van 17 mei 2019;
- Certificate of Award;
- Documenten betreffende echtscheiding;
- Certificaat van voltooiing van het evangelisatietraject;
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende op 7 januari 2020 een opvolgende asielaanvraag in met als grond een geloofsontwikkeling en bekering tot het christendom. De aanvraag werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat geen nieuwe elementen of bevindingen werden aangevoerd die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Eiser voerde in beroep aan dat hij geloofwaardig had verklaard over zijn geloofsontwikkeling en dat verweerder ten onrechte niet heeft beoordeeld of de toegenomen geloofskennis en activiteiten nieuwe elementen vormden. Tevens stelde hij dat verweerder het verzoek tot heroverweging van het eerdere besluit ten onrechte had afgewezen en dat de beoordeling niet conform relevante jurisprudentie en werkinstructies had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn motieven en het proces van bekering, dat zijn verklaringen oppervlakkig en tegenstrijdig waren met eerdere verklaringen en medisch dossier, en dat de kennis en activiteiten niet wezenlijk verschilden van die in de vorige procedure. De rechtbank stelde dat verweerder in lijn met jurisprudentie en werkinstructies had gehandeld en dat het verzoek tot heroverweging terecht was afgewezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.