ECLI:NL:RBDHA:2021:4359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens verblijf in Duitsland
Eiser, een Eritrese nationaliteit, heeft op 20 februari 2021 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Hij beschikt echter over een geldige vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning in Duitsland, geldig tot 27 februari 2022. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser internationale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.
Eiser voerde aan dat hij in Nederland een gezinsleven heeft met een vriendin en kind, en dat zijn vriendin mogelijk in verwachting is. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een zodanige familieband die het redelijk maakt om in Nederland te verblijven. Ook is vastgesteld dat wederzijds bezoek tussen Nederland en Duitsland mogelijk is.
Op basis van vaste jurisprudentie en de relevante wetsartikelen concludeerde de rechtbank dat het redelijk is dat eiser zich naar Duitsland begeeft. Het beroep tegen het besluit is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat eiser een geldige verblijfsvergunning in Duitsland heeft.