ECLI:NL:RBDHA:2021:8679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing inreisverbod afgewezen wegens onvoldoende motivatie actuele bedreiging samenleving
Eiser, van Iraanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die zijn afgewezen, waarbij een inreisverbod van tien jaar is opgelegd vanwege een ernstig niet-politiek misdrijf, te weten verkrachting van zijn zus in 1997. Verweerder handhaafde het inreisverbod op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser nog steeds een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde.
De rechtbank beoordeelt aan de hand van het arrest K. en H.F. van het HvJEU en de uitleg daarvan door de Afdeling bestuursrechtspraak dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod gehandhaafd moet blijven. Hoewel het misdrijf ernstig is en niet verjaart, weegt het lange tijdsverloop van 22 jaar, het ontbreken van strafbare feiten nadien en het betuigen van spijt door eiser zwaar mee.
Eiser heeft zijn eerdere verklaringen over het misdrijf deels ingetrokken en berouw getoond. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat eiser nog steeds een bedreiging vormt die de fundamentele waarden van de samenleving aantast. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot handhaving van het inreisverbod wordt vernietigd.