ECLI:NL:RBDHA:2022:10635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Ahmadiyya uit Pakistan, verzocht Nederland om asiel, maar dit verzoek werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het Duitse beschermingsbeleid nadeliger is en dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot indirect refoulement in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank toetste of er een evident en fundamenteel verschil bestaat tussen het Nederlandse en Duitse beschermingsbeleid voor Ahmadiyya uit Pakistan. Eiser overlegde enkele Duitse rechterlijke uitspraken en een afwijzingsbeschikking, maar maakte onvoldoende aannemelijk dat het Duitse beleid wezenlijk verschilt van het Nederlandse. Beide landen houden rekening met de kwetsbare positie van Ahmadiyya en passen een individuele beoordeling toe.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat de Duitse autoriteiten het risico op refoulement adequaat beoordelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser mag aan Duitsland worden overgedragen.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag aan Duitsland worden overgedragen.