ECLI:NL:RBDHA:2022:11409
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zwaar inreisverbod van tien jaar wegens actueel gevaar voor openbare orde
Eiser, geboren in 1982 en houder van de Britse nationaliteit, is veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor moord en poging tot moord. Na detentie in het buitenland kwam hij in 2019 in Nederland en werd hij sinds september 2019 gedetineerd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 21 juli 2021 een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod van tien jaar op wegens een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar voor de openbare orde.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod disproportioneel is en in strijd met artikel 8 EVRM Pro, omdat hij zijn kinderen niet kan bezoeken en geen bijdrage kan leveren aan hun opvoeding. De rechtbank oordeelde dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat de persoonlijke omstandigheden van eiser en zijn kinderen niet leiden tot een onaanvaardbare schending. De ernst van de gepleegde delicten en het ontbreken van aanwijzingen voor gedragsverandering rechtvaardigen het inreisverbod.
Verder is geoordeeld dat het inreisverbod geen dubbele bestraffing inhoudt, omdat het bestuursrechtelijke karakter verschilt van strafrechtelijke sancties. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht af, maar verklaarde het beroep ontvankelijk omdat het griffierecht door de gemachtigde was betaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.